Bijeenkomst 17-2-2014: Ondergrondse voorraadvorming zoetwater

Aanleiding 
Alle kustprovincies in Nederland hebben te maken met verzilting van het grondwater. Door bodemdaling en zeespiegelstijging zal deze verzilting mogelijk toenemen. De zoetwater vragende functies zoals drinkwater, land- en tuinbouw en industrie hebben in meer of mindere mate last van dit brakke/zoute water. Belangrijk  voor deze gebruikers is de zekerheid op het hebben van kwalitatief goed water en daarmee samenhangend een robuust watersysteem.

kaartNL.jpg
Figuur: Diepte waarop zich de grens bevindt tussen zoet (<1000 mg Cl/L) en zout water (>1000 mg Cl/L). Rood geeft aan dat de grensvlak zich aan het maaiveld bevindt en het grondwater dus zout is, blauw geeft aan dat het grensvlak zich op een diepte ver onder maaiveld bevindt (Stuurman en Oude Essink, 2006; Stuijfzand en Stuurman, 2007)

Anderzijds is er in Nederland ontzettend veel zoet water, waarvan maar een klein deel gebruikt wordt. Ook in het Westen van het land worden grote hoeveelheden zoet water naar zee afgevoerd. Zo wordt vanuit de RWZI Harnaschpolder 10.000 – 35.000 m3/uur effluent geloosd in zee. Kan niet een deel van dit water hergebruikt worden? Delfluent kan het effluent verder zuiveren tot gietwater (Delft Blue Water) en wil dit water afzetten in de glastuinbouw. Ondergrondse opslag op strategische locaties kan hierbij van belang zijn. 

De huidige zoetwatervoorziening in het westen van het land is in belangrijke mate afhankelijk van de aanvoer van zoet oppervlaktewater. De drinkwaterbedrijven  langs de kust nemen water in uit bv. Afgedamde Maas, Amsterdam Rijnkanaal of IJsselmeer. De land- en tuinbouw is in belangrijke mate afhankelijk van zoet water wat uit de lucht valt en van het zoete water wat door de waterschappen wordt aangevoerd.

Ondergrondse zoetwaterberging (voorraadvorming)
(Ondergrondse) voorraadvorming van zoet water zou in de toekomst een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de huidige zoetwatervoorziening in de kustprovincies. Het concept op zich is niet nieuw. De drinkwaterbedrijven langs de kust doen dit al decennia lang en grootschalig. Oppervlaktewater wordt ingenomen, deels gezuiverd en in de duinen (ondergrond) opgeslagen. Buiten de drinkwaterbedrijven wordt het concept van ondergrondse voorraadvorming van zoet water niet of nauwelijks toegepast. Binnen het programma van Kennis voor Klimaat zijn er de laatste jaren een aantal verschillende pilots opgestart voor de landbouw, waarbij gebiedseigen water (regenwater, oppervlaktewater) in de ondergrond wordt opgeslagen, waarna dit water bij behoefte (deels) weer gebruikt kan worden.  Het gaat hierbij om relatief kleine voorzieningen op bedrijfsniveau (2 – 50 ha).

Bijeenkomst
Deze bijeenkomst ging over welke vormen van waterberging al plaats hebben, en welke wensen qua waterleveringszekerheid er zijn vanuit de verschillende partijen. De deelnemers zagen het voordeel van ondergrondse opslag van zoet water en de voorraadvorming, maar bediscussieerden ook nog de vele opgaven zoals de haalbaarheid, locatie(s), initiatiefnemers en financiering.

Na de discussie werden de volgende twee aanbevelingen gedaan:

  1. Aandacht geven in het Deltaprogramma (Kustveiligheid) aan de opslag van zoet water langs de kust (voorraadvorming, barrier tegen verzilting). Gedacht wordt hierbij aan de kuststrook van Delfland (Hoek van Holland en ca. Den Haag)
  2. De verkenning van de haalbaarheid van aanleggen van strategische voorraden zoet water (op meerdere plekken) in de ondergrond in de kustprovincies tbv land- en tuinbouw, glastuinbouw, industrie,  drinkwatervoorziening, in het Deltaprogramma (Zoetwater)

Op 8 september a.s. vindt er een vervolgbespreking plaats en wordt ook meer duidelijk wat er in de komende periode gedaan gaat worden.

Stichting Waterbuffer, dinsdag 19 augustus 2014